De vader van Jelle Snip

Wie is de vader van Jelle Snip?

Bij de aangifte van van de geboorte van Jelle (* 01-01-1930) de zoon van Grietje Wygers Snip is ene Geeske Jans van Zannen (Zanten) de aangeefster. Deze Geeske Jans is de moeder van Jan Pieters Snip. Hij is gehuwd met Willemke Wygers Snip een oudere zus van Grietje. Een vader van Jelle wordt in de aangifte niet genoemd.

Waarom Geeske hier de aangifte doet van de geboorte van Jelle, de zoon van de zus van haar schoondochter, is in eerste instantie een raadsel. Jan Pieters heeft echter ook een jongere broer die Jelle Pieters heet en is deze ongeveer even oud als Grietje. Is deze Jelle Pieters de verwekker van Jelle en is daarom Geeske Jans van Zanten de aangeefster van deze geboorte? Maar waarom is het dan niet tot een huwelijk gekomen? Twee broers zouden dan zijn getrouwd met twee zussen en daar kan niets op tegen zijn. De waarheid moet een andere zijn en het blijft in eerste instantie nog onduidelijk naar wie Jelle vernoemd is.

De oplossing van deze vernoeming lijkt met enige zekerheid van zaken te liggen in een onderzoek naar de bevolking van Doezum in 1830, het jaar waar Jelle geboren is.

In het gebied, dat in 1830 de Snipperij wordt genoemd, blijken op de huisnummers 84, 86, 87 en 87a Snippen te wonen. Op huisnummer 88 woont de heer Jelle Ebels Neinhuis, oud 38 jaar,  landbouwer van beroep, geboren te Noordwijk, samen met zijn vrouw Gepke Hessels, oud 52 jaar, geboren te Buitenpost. Inwonend hier zijn Grietje Wygers Snip, oud 22 jaar, dienstmeid van beroep, geboren te Doezum en ene Gepke, oud 15 jaar, ook geboren te Doezum.

Nu wordt het mij (Andries de Leeuw) duidelijk naar wie Grietjes zoon Jelle vernoemd is. Dit moet deze Jelle Ebels Neinhuis (Nienhuis) zijn geweest. Zij heeft haar kind naar hem vernoemd, maar is is hij ook de verwekker?

Tevens is het logisch waarom de schoonmoeder van Grietjes zus Willemke de aangeefster is geweest van de geboorte van Jelle. Deze, Geeske Jans van Zanten, woonde namelijk op huisnummer 84 en het was in die jaren een goede gewoonte dat de buren, maar in dit geval zelfs ook nog familie, het kind aangaven bij de Burgerlijke Stand.

Een bijkomend probleem is te ontdekken wie de 15 jaar oude inwonende Gepke binnen het gezin van Jelle Ebels Neinhuis was. Deze Gepke moet geboren zijn in of omstreeks 1815 en zij zou een jongere zus van Grietje Wygers kunnen zijn. Grietje had al een zus Gepke (* 21-01-1812 in Doezum) doch deze is op 10-04-1813 in Doezum overleden. Maar Grietjes vader Wyger Popkes Snip overlijdt al op 02-11-1812 in Doezum. Een Gepke geboren in 1815 kan dus nooit een dochter zijn geweest van Wyger Popkes Snip, maar van wie dan wel?

En dan sluit het net, immers in 1830 woonden op huisnummer 88 Jelle Ebels Neinhuis, Gepke Hessels, Grietje Wygers Snip en deze Gepke. De hier genoemde Gepke Hessels moet de Gepke Hessels de Haan zijn die getrouwd was met Wyger Popkes Snip!

En dit betekent dat na het overlijden van Grietjes vader in 1812, Grietje was toen 6 jaar oud, haar moeder Gepke Hessels de Haan, onder het meenemen van haar kinderen, waaronder Grietje, is ingetrokken bij Jelle Ebels Nienhuis. Dochter Gebke (17-05-1814) zou echter volgens de geboorte aangifte (ook door Geeskes Jans!) niet uit de relatie relatie met Jelle Ebels geboren zijn, (in onecht) hoewel moeder Gebke dan al wel op huisnummer 88 woont. Jelle Ebels Neinhuis (Nijenhuis) en moeder Gepke Hessels (de Haan) trouwen een jaar later, op 18-06-1815. Dochter Gepke wordt dan niet erkent en heet, net als haar moeder, Gepke Hessels, later met de achternaam de Haan er aan toegevoegd. (geen Nienhuis)

Volgens Andries de Leeuw, die deze kluwen heeft ontrafeld, is Grietje’s stiefvader, Jelle Ebels Nienhuis, de verwekker van Jelle Snip. Hij is daarvan overtuigd. Dat zou logisch zijn als Grietje geen dochter was van Gepke Hessels of zelfs als hij aangifte had gedaan. Daarom is het volgens mij (Paul Snip) aannemelijker dat Jelle uit respect naar haar stiefvader is vernoemd. In dat geval blijft de biologische vader van Jelle dus onbekend net als als de vader van zijn tante Gepke Hessels de Haan.

Andries de Leeuw en Paul Snip

Is Grace Weidenaar Grietje Snip?

Is Grace Weidenaar dezelfde als Grietje Snip?

Op 19 juli 1883 wordt Grietje Snip geboren als het eerste kind van Willemke Wiegers Snip. Willemke is dan nog ongehuwd en woont in als huishoudster bij Jan Sybes Siebenga en zijn vrouw Pieterke de Kleine te Sebaldeburen. Wie de vader is van Grietje is onbekend. Is het misschien Jan de werkgever van Willemke? Willemke krijgt namelijk als ongehuwde huishoudster bij de familie Siebenga na Grietje nog 3 kinderen (Hendrikje (+1887),  Hendrikje en Wieger) en binnen het huwelijk tussen Jan en Pieterke worden gedurende deze tijd geen kinderen meer geboren. Laat Jan Pieterke links liggen? Maar dan, kort nadat Pieterke op 1 april 1890 ineens toch nog een kind krijgt, (die wel door Jan erkent wordt!)  scheiden zij. Deze dochter krijgt de namen Iemkje Elizabeth, namen die vreemd genoeg in de familie van Jan noch Pieterke voorkomen. Volgens verhalen binnen de familie Siebenga zou deze dochter een kind zijn van ene Jan Lameris. (beide voornamen komen in zijn familie wel voor)

Na de scheiding trouwt Jan met Willemke, maar bij dit huwelijk worden de kinderen van Willemke niet door Jan erkend en zijn blijven dus Snip heten. Is dit misschien een deel van een afspraak met Pieterke of is hij toch niet de vader? Samen krijgen Jan en Willemke nog 5 kinderen. (Auke, Houktje, Ide (+1907), Wiebe en Johannes) allen dus wel dragend de achternaam Siebenga.

In 1909 besluiten Grietje, Hendrikje en Wieger zelf, zij zijn dan meerderjarig, officieel de achternaam hun stiefvader aan te nemen. Dit wordt bij koninklijk besluit in augustus 1909 toegestaan. Zo wordt Grietje Snip wordt dus Grietje Siebenga. Kort daarna emigreert de gehele familie naar de USA. Grietjes zusje Hendrikje is ondertussen getrouwd (29 januari 1910) met Gaele Couperus. Zij  vertrekken eerder en komen aan op 17 februari 1910 aan op Ellis Island; Jan en Willemke met de andere kinderen op 15 maart 1910. (Rijndam)

De familie Siebenga gaat in Riley, Illinois wonen. Volgens de US census van 25 April 1910 is Grietje 24 jaar en zij wordt dan ook al Grace genoemd. Op 28 januari 1911 trouwt een Grietje Siebenga uit Morego, Illinois met Wiliam Weidenaar uit Belgrade, Montana. Grietje is op de de “Marriage Licence” 25 jaar en William 24 jaar.

Volgens de geboorte gegevens zou Grietje (Grace) echter al 28 jaar moeten zijn. Zijn zowel de leeftijd uit de census en de huwelijksacte verkeerd opgeschreven of is er meer aan de hand, is dit wel de juiste Grietje Siebenga? Dit lijkt mij toch het geval, Morengo ligt vlakbij Riley en het volgens mij kan het ook zijn, dat de wat oudere Grietje expres haar leeftijd lager heeft doorgegeven, ze was tenslotte veel ouder dan William.
Hoe hebben William en Grietje (Grace) elkaar dan ontmoet? William woonde volgens de US census op 2 april 1910 nog in Gallatin, Montana. Is hij op reis geweest, hebben zij elkaar in deze relatief korte tijd onderweg ergens ontmoet en zijn zij verliefd op elkaar geworden? We zullen het waarschijnlijk nooit weten.

Na hun huwelijk gaan William en Grace (Siebenga) Weidenaar in Montana, waar William vandaan kwam, wonen. Hun kinderen (geboren in Montana) worden zo te zien vernoemd, Minnie (* nov 1912, naar Grietjes moeder Willemke/Wilhelmina), Bertha (* okt 1912, naar Williams Moeder), John (* nov 1913, naar de vader van William), Hattie (* feb 1915, naar Grietjes zusje Hindrikje) en Lucy (* mrt 1917, naar een zus van William) Naar wie Lena Helmina (* mei 1918) is vernoemd is mij nog onduidelijk. Volgens de overlijdens acte van Minnesota is Lena trouwens in 1917 geboren, maar dit lijkt mij onjuist, te meer omdat op de “Draft registration card” van William (25 juni 1917) slechts 5 kinderen vermeld staan.

In de obituary bij het overlijden van Minnie staat o.a vermeld dat de de familie, als zij 6 jaar oud is, naar Parkersburg, Iowa verhuisd. Hier wordt ook Anna (dec 1919) geboren. Grietjes moeder Willemke en stiefvader Jan wonen in 1920 ook in deze staat en haar zusje Hindrikje (her)trouwd op 3 juni 1920 in: Parkersburg, Iowa met Jan Kuperus. Het lijkt er op dat Grietje en William dichter bij Grietjes familie wilden gaan wonen en ze kunnen dus makkelijk op Hindrikjes bruiloft aanwezig zijn geweest. In Iowa (Jefferson) wordt ook zoon Elkie (dec 1921) geboren.

In 1922 overlijdt Grietjes moeder Willemke. Hierna (in 1923, Minnie is dan 12) verhuisd de familie naar Minnesota. Hun dochter Grace wordt hier geboren (in Steele, okt 1923) en ook dochter Jennie Joann. (in Milica, feb 1926) Hindrikje is al eerder met haar familie naar Minnesota (Mille Lacs) verhuisd. Ook stiefvader Jan Siebenga woont ook in Mille Lacs, tot hij overlijdt in 1933.

Op 8 Feb 1957 krijgt William, hij woont dan in Princeton, op de Highway 169 bij  Milo (Mille Lacs), dichtbij de woonplaats (Pease) van Hindrikje, een auto ongeluk en hij komt hierbij om het leven.

Iets meer dan een jaar later, 30 Jun 1958, sterft Grietje (Grace) in het Princton Communitiy Hospital. Volgens het “Certificate of Death” is de achternaam van Grietjes moeder aan de familie niet bekend. Wel staat hierin haar juiste geboortedatum (19 juli 1883, ze was dus wel 4 jaar ouder dan William) en ook dat haar geboorteland Holland (dus Nederland) is.

Het is voor mij dan helemaal duidelijk: Grace Weidenaar is echt Grietje Snip en haar moeder was Willemke Wiegers (Wilhelmina) Snip

Paul Snip 14-02-2017

Dagboek aantekeningen van Martje Snip-Nienhuis

Dagboek van Martje Snip-Nienhuis

Zeereis Volendam 16 Maart 1951.

Over deze zeereis zal ik proberen enkele dingen op te schrijven omdat je anders zo gauw de bijzonderheden vergeet.Ik zal maar bij het begin beginnen.

Op de morgen 15 Maart, de dag die we al enige tijd in ons geheugen hadden, omdat het was de dag van onze inscheping naar Canada.

Hoe we er wel toe kwamen om te gaan emigreren? De eerste aanleiding was dunkt me wel, onze kening? in het jaar 1927. Ik was toen tenminste “eleven years old” Na de oorlog 40-’45 werd er in Warffum, de plaats waar we als bakker en bakkerin kwamen te wonen in het jaar ’42, een afdeling opgericht van de Chr. Emigratie Centrale. We gaven ons toen als lid op; voelden wel voor emigratie. Enkele jaren verliepen, maar in het jaar 1949 begonnen we eerst aan de zaak te werken, ook al doordat mijn zuster Hennie met haar gezin naar Amerika vertrok (6 Dec. 1949) en Jet en Foppe al naar Canada vertrokken waren.

In Warffum hebben we heel mooie herinneringen en hebben er ook 9 jaar ons brood gehad, maar toch voelden we ons bezwaard voor de toekomst. We weten het, onze Hemelse Vader had ons ook in  Warffum kunnen bewaren, maar na lang beraad en ook niet zonder deze zaak in ons gebed te denken, zijn we er toe overgegaan om naar onze familie te schrijven of ze voor ons een sponsor zouden kunnen vinden, die ons zou willen helpen over te komen.

Gelukkig waren Jet en Foppe bereid om hun best voor ons te doen, zodat we bericht van hen kregen dat een zekere A. Slothouber bereid was om voor ons de papieren aan te vragen nodig voor onze overkomst.
De heer Slothouber is in 1938 naar Canada geëmigreerd, heeft eerst bij een boer en op de fabriek gewerkt en heeft toen samen met een vriend een bakkerij gekocht.
Nu wij op weg zijn naar ons nieuwe vaderland, is het de bedoeling dat mijn man bij A. Slothouber in de bakkerij werkzaam zal zijn. Maar dat is nog toekomst, ik wil eerst vertellen hoe onze reis verloopt

15 Maart zijn we ‘s morgens om 5 uur opgestaan. We sliepen bij Paul en Mien en vertrokken om 7 uur met de diesel naar Rotterdam. Geert en Grietje arriveerden ook in Assen om 10 voor 7 uit Stadskanaal en Onne en Anna gingen mee voor de gezelligheid. Piet moest voor onderzoek naar Utrecht en kon dus ook zover meereizen. Tesamen met Jan en Nelly met gezin en Nelly haar broer, waren we een heel gezelschap. Na een voorspoedige reis kwamen we in Rotterdam aan. Eerst per tram naar de veerboot/ en toen naar het Holland Amerika loods, waar onze papieren gecontroleerd werden en wij van onze familie afscheid moesten nemen.

Nadat de formaliteiten vervuld waren konden we ons op de Volendam begeven. Een kruier bracht ons met onze koffers in onze hut. Alleen zouden we het ook dadelijk niet hebben kunnen vinden. Het is erg interessant om zo’n zee kasteel eens helemaal te bewonderen, maar daar hadden we eerst geen tijd voor want onze familie stond buiten tegenover het schip en hebben we een goed plaatsje gezocht om ze nog een tijdje te kunnen zien. Het was toen nog niet zo druk zodat we nog wel eens iets konden roepen. Lang hebben we hier eerst niet gestaan. De fam. is eerst een paar uur de stad in geweest en wij konden eten en koffie drinken zoveel we maar wilden. Na onze reis viel dit er lekker in en heb ik Onne en Gerard een poosje naar bed gebracht. Om drie uur wilde de familie weer present zijn, en was dit ook. Aan de wal vormde zich  een dichte haag van familie, vrienden en belangstellenden. Voor ons vertrek moesten we nog een oefening maken met de zwemvesten om ons en ons op onze plaats verzamelen van de sloep waar we bij hoorden. Inmiddels werd het al tegen 6 uur, maar nog kwamen er telkens nieuwe passagiers.

Eindelijk was het dan zover dat de loopplanken werden in gehaald en de stoomfluit drie stoten gaf, en haast zonder dat men het merkte, maakte de boot zich van de kade los. Nog een hele tijd konden we wuiven. Anna stond op een verhoging en Onne zagen we het langst. Tenminste zijn pet. Nog een poosje zwaaiden we gelijktijdig. Onne’s pet en mijn arm. De muziek begon het Wilhelmus te spelen. Buiten begon het nu ook te schemeren en binnen stond het eten voor ons klaar, wat ons weer heerlijk smaakte. Nu konden de kinderen gaan slapen wat trouwens niet zo gauw gelukte want door het hele schip was het een geloop en gedraaf van jewelste. De ouderen gingen nu veel een kijkje aan het dek nemen. Van allerlei lichtjes zag je. Ook veel andere schepen, die ten afscheid op hun stoomfluit bliezen. Even later kwam naast ons schip een boot die vooruit gevaren was met vrienden en bekenden. Iedereen zwaaide. Gelukkig hadden we prachtig weer.

Toen we Hoek van Holland gepasseerd waren was er weinig meer te zien en gingen we maar naar binnen en om half tien zochten we ons slaapplaatsen op. We maakten ook kennis met onze hut bewoners. Wat de hut betreft hebben we geboft. Het is vergeleken bij de andere hutten,tamelijk ruim en er staan tien bedden 5 x2 hoog. Mevr. Baukema en haar drie kinderen en een vriendin hebben de vijf andere bedden. Op de mannenzaal heeft de heer Baukema een bed vlak naast Klaas. Bij de heren is het nog veel minder gerieflijk dan bij ons en er slapen misschien wel 100 mannen op een zaal. Onfris en het schommelt er erger dan hier volgens Klaas. Er zijn ook wel zalen waar wel 100 moeders met kinderen slapen.

De eerste dag, vrijdag, waren er weinig zeezieken en ‘s avonds is er een dagsluiting om negen uur, onder leiding van Ds. De Vries, Ned. Herv. pred. van Holten(?). ‘s Avonds om tien uur is er samenkomst van Art 31 en ‘s morgens voor de R.K. ook is er nu gisteravond en vanavond om kwart over negen dansen, dus echt wat wils.

Zaterdagmorgen waren er heel wat zeezieken, hoewel de zee heel rustig is; volgens het kaartje met aantekeningen, licht golvend.

Nu ik dit schrijf is het zondagmorgen kwart voor tien en is het weer prachtig weer. Om tien uur is er “kerk” dus moet ik nu wel even ophouden. Gerard en ik zullen nu naar kerk gaan.

Zondagavond:
Gerard en ik zijn vanmorgen naar de kerk geweest. ‘t was een dienst van drie kwartier, maar het was een mooie boeiende toespraak. Ds. DeVries sprak over het woord van Jezus dat hij sprak tot z’n mede kruiselingen.”Heden zult gij met mij in het paradijs zijn” Alle drie keren dat we hem nu gehoord hebben haalt hij het aan dat we allen zoekers zijn van het verloren Paradijs, maar dat we zonder het geloof in Jezus Christus niets kunnen. Zonder Jezus zal, zo zei hij, de hemel een hel zijn. Een van de voorbeelden uit z’n toespraak was dit: In West Duitsland was een plaats gebombardeerd. Naderhand gingen de soldaten met de bevolking de zaak weer opruimen en ook een kerk. Toen ze daarmee bezig waren vonden ze ook bij de ingang een Christus beeld. Dit beeld gingen ze weer bij elkaar zoeken.en weer neerzetten, maar toen ze er bijna mee klaar waren ontbrak er nog iets en dat waren de handen van Jezus. Hoe ze ook zochten, ze werden niet gevonden en zo stond dan dat beeld daar zonder handen. En wat deden de soldaten ze maakten een bijschrift en plaatsten dat aan de voet van het beeld.Het luidde aldus: “Mijn handen zijn uw handen”. Zo moest het ook zijn. Wij willen straks in ons nieuwe vaderland de handen uit de mouwen steken,maar laat ons bedenken dat onze handen Zijn handen zijn. Gelukkig mogen we bij het vervullen van deze taak om kracht bidden uit de Hooge, in eigen kracht zullen we er niets van terecht brengen.

Verder is er nog weinig nieuws gebeurd. Tineke en Jan hadden gisteren last van spuw en kotsten iets, maar vandaag hebben ze wat op het dek rondgehold en hebben weer wat gegeten. Het weer laat zich niet zo best aanzien.
Tussen Vrijdag en Zaterdag nacht moet er ‘s nachts een schip op zeer  korte afstand achter de “Volendam” langs gevaren zijn zonder licht op. Naar men zegt op enkele meters. Toen de bemanning het schip ontdekte en drie stoten op de fluit gaf, deden ze ineens alle lichten aan. Dit had ook anders kunnen aflopen. Ook hierin hebben we Gods bewarende hand gezien.

Wat ons opviel op deze reis is dat het water, zolang we tussen het land voeren, zeegroen van kleur was, maar nu we op de Atlantisch zijn is het inkt blauw.

Dit is het einde van wat Moeder schreef. Andries Deleeuw, die veel werk heeft gedaan aan een “Snip” genealogy, wil een boek publiceren en heeft allang gevraagd naar dit schrijven. Al is het Moeders persoonlijk boekje, ik hoop dat jullie het  zullen waarderen. Het geeft ons een inzicht in hoe de Here heeft geleid in de grote stap om te emigreren.

Hartelijke groeten, Tena Evers-Snip, Wainfleet Ont. Canada.

Veenbrand Zevenhuizen

De grootste ramp die Zevenhuizen ooit trof, vond plaats op dinsdag 11 juni 1833. Het gebeuren van toen moet een onvergetelijk indruk op alle familieleden in de wijde omgeving hebben gemaakt en is dan ook generaties lang van vader op zoon overgeleverd.

Deze dag begon als alle andere dagen. De zon verwarmde de grond en er moest nodig een regenbui komen. In de loop van de morgen ging de lucht broeien en waren er in het zuiden en westen van ons land enige onweersbuien. Tegen 1 uur onweerde het ook hier en daar in het Noorden. De wind, dagenlang noordoost, ruimde eensklaps naar het zuidwesten en bereikte kwart voor twee de stormkracht.

Op dat moment laaiden op vele plaatsen de vlammen hoog op uit de venen. De hemel werd verduisterd door een dichte rook en het regende as in Groningen en Drenthe. Het hele veengebied in de omgeving van De Wilp moet op die 11e juni al lang hebben gesmeuld. Op tientallen plaatsen ontstond omstreeks half 2 brand. Er waren mensen die zich eensklaps van alle kanten door het vuur zagen ingesloten. Zij zochten een toevlucht tot het water in de wijken.

Even later raasde een geweldige vuurzee over een oppervlakte van 2000 ha. dun bevolkt gebied. Daardoor bleef de ramp beperkt tot het verbranden van 66 woningen, 5 schepen en 1 molen. Het opgaan in de vlammen van 1.165.397 ton oude en nieuwe turf, die op het veld stond, geeft echter een beter beeld van de ramp. Wonder boven wonder waren er slechts 4 doden te betreuren. Daarbij moet bedacht worden dat het water in de wijken vele tientallen mensen heeft gered. Zij bleven in het water liggen tot de vuurzee voorbij was…

Talloze personen hebben hun uiterste best gedaan de slachtoffers te redden en mee te helpen blussen. Vooral de vrouwelijke jeugd van Leek moet zich bijzonder onderscheiden hebben. Deels werden de meisjes en jonge vrouwen hiertoe gebracht door het wegblijven van de mannen, anderzijds door het feit dat Leek zelf ernstig werd bedreigd en de ouderen bezig waren hun bezittingen te pakken en te vluchten.

Het vuur werd een halt toegeroepen aan het Hoofddiep, tussen Jonkersvaart en Boerenstreek. Ten noorden van de Jonkersvaart loeide het voort in de richting Leek en Tolbert. De dijken van het Molenkanaal ten noorden van Diepswal werden reeds vroeg in de middag doorgestoken, zodat het land tussen Diepswal en Tolbert onder water ging. Daardoor is voorkomen dat het vuur beide dorpen aantastte.

Woonden Jannes Jan Snip en Lutgertje Hummel met hun kleine kinderen in juni 1833 in Zevenhuizen? Zo ja, ging hun huis in vlammen op en was iedereen ongedeerd?

We vermoeden dat de meeste Hummel-woningen bij deze ramp gespaard zijn gebleven. Doch de gevolgen van de ramp hebben zwaar op de gemeenschap gedrukt. Vijfhonderd mensen waren dakloos en 2000 brodeloos. Gelukkig kwam het hulpverleningsapparaat spoedig op gang. Schuiten vol kleren en voedsel gingen naar Leek. Met paard en wagens werd van Assen naar Leek gereden. Het Nederlandse volk zamelde het voor die tijd enorme bedrag van 200.000,– gulden in. De heer Cornelis Reijntjes stond 47 bunder grond af aan de gemeente voor het kleine bedrag van F 1.050,–. Daarop konden de arbeiders beginnen met het planten van een bos. Dit Commissiebos, (op de kaart van 1850 aangegeven), is echter geen lang leven beschoren geweest.

Bron: W.T. Vleer; Het Drentse geslacht Hummel / Hummelen

Van Snip naar Smitter

Van Snip naar Smitter

Op 5 mei 1747 werd te Midwolde gedoopt Jan Wobbes, zoon van Wobbe Popkes en Aaltje Cornelis.

Er was tot dan van zijn ouders nagenoeg niets terug te vinden in de Groninger Archieven en dit was het ook het geval met Jan, totdat op enig moment zijn doopdatum werd aangetroffen in het doopboek van de gemeente Leek en Midwolde.

Verder werd er geen informatie over Jan gevonden, maar dan wordt na lang zoeken en combineren te Niekerk een huwelijk aangetroffen van ene Jan Wobbes uit Leek. Let wel, hij is geboren te Midwolde, dus de gemeente Leek. Jan huwt op 12-05-1776 met ene Geeske Jacobs van Pieterburen.

Geeske is gedoopt 7 november 1751 te Pieterburen en dochter van Jacob Hindricks en Hiltje Lamberts, ook wel aangetroffen als Hiltje Alberts. Dit laatste zal juist zijn gelet op verdere vernoemingen.

Uit het huwelijk van Jan en Geeske zijn totaal 8 kinderen geboren, het merendeel is te Niekerk geboren, doch o.a. ook in Zuidhorn:

Kinderen:

Wobbe * 1776 Jacob * 1778 Hiltje * 1781 Albert * 1783
Jacob * 1785 Albert * 1787 Jacob * 1792 Egbert * 1797

Qua leeftijd van Jan en Geeske zou dit dus inderdaad onze Jan kunnen zijn, doch het directe bewijs daartoe is niet aangetroffen. Maar dan wordt het overlijden gevonden van Jan Wobbes. Zijn overlijdensdatum is 10-01-1811 te DOEZUM!!

In de overlijdensakte is te lezen van Jan overleden is in zeer armoedige omstandigheden als “Diaconie Persoon” Dit houd in dat Jan, buiten zijn schuld, zijn familie niet meer kon onderhouden. Waarschijnlijk was hij hiervoor al ernstig ziek. Hij laat vrouw en 5 kinderen achter, “arm en behoeftig”. Zeker weten doen we het nooit, maar het heeft wel alle schijn van dat het klopt. Kort na Jans overlijden moest de achternaam gekozen worden en het moet Geeske, Jan’s vrouw zijn geweest, die de achternaam SMITTER heeft gekozen. Waarschijnlijk een afgeleide van het beroep van haar man, nl. Smid.

Dit laatste was een gok van Paul Snip, en volgens mij heeft hij gelijk. De naam Smitter in de provincie Groningen moet 1 familie zijn, dit getuige de plaatsen van geboorte, huwelijk en overlijden, alles in en rond Niekerk, waar voor het gezin alles begon. Geeske overlijdt op 16-04-1823 te Oldekerk als Geeske Smitter.

Wobbe Jans, Albert Jans en Egbert Jans waren de verdere naamdragers van deze familie.Voor zover bekend is deze familie Smitter in Nederland uitgestorven. De nazaten van Egbert Jans Smitter leven nog wel voort in de USA.

Andries de Leeuw en Paul Snip

Snip Oorsprong

de snipperij

Oorsprong achternaam Snip

Bij de volkstelling van 1947 is het aantal naamdragers met de naam Snip in de provincie Groningen, met 231 personen op het totaal van 523 personen in Nederland, het grootst. Een variant op deze naam zou Snippe zijn. Als verklaring voor de naam wordt ‘adresnaam’ of ‘metonymische beroepsnaam’ gegeven. (bron: Meertens Instituut)

Bij bestudering van de familie Snip kwam ik (Andries de Leeuw) uiteindelijk uit bij een mogelijke naamgever, ene Jannes Jans Snip, geboren te Doezum (Corringhorn). Hier vlakbij ligt dan ook waarschijnlijk de oorsprong van onze familienaam. In Doezum is namelijk ook een buurtschap genaamd ‘De Snipperij’. De Groninger Encyclopedie vermeld het volgende hierover: De Snipperij is een gehucht in de gemeente Grootegast nabij Kornhorn. In 1828 berichtte de onderwijzer A.H. Smid (*schoolmeesterrapporten) dat de naam zou zijn ontleend aan de vroeger gehouden snippenjachten. Ook is een verklaring dat deze naam is afgeleid van Sniep: een in een scherpe punt uitlopend stuk land. Het is dus zeer goed mogelijk dat Jannes Jans zijn achternaam heeft gekozen op grond van het buurtschap vanwaar hij afkomstig was.

Doezum

Doezum ligt in de gemeente Grootegast. Het schoolmeesterrapport uit 1828 van meester Smid zegt hierin het volgende over De Snipperij en Kornhorn:

“De zogenaamde Snipperij is een gehucht of buurtschap nabij de grenzen van Noordwijk; het ligt twintig minuten ten zuiden en zuidoosten van de kerk, Men denkt dat deze naam aan het zelve gegeven is, omdat daar in vroeger tijden voordelige Snippenjachten werden gehouden. De Kornhorn, ligt ten westen van de De Snipperij en grenst aan Opende. (fout op de kaart?) Het heeft een afstand van de kerk gelijk met de Snipperij, twintig minuten en het ligt ten zuidwesten of zuidzuidwesten van de kerk. Het heeft ook, zo men zegt, zijn naam van de jacht ontleend; hier werden in vroeger tijden veel korhoenen gevangen of geschoten en omdat dit wild hier in menigten verkeerde, noemde men die hoek de Korhoek of Curringehorn; nu zegt men gewoonlijk de Kornhorn. Dit gehucht en de Snipperij hebben hunne gemeenschap met de kerk door middel van het zogenaamde Ruskepad; dit pad zogenoemd omdat het grotendeels gericht is op een kleine boerderij, die nog wel de Rusken genoemd wordt, en behoort aan, of in de Snipperij.”

 De Snipperij

De Snipperij ligt  tussen Noordwijk en Kornhorn grotendeels aan een doodlopende zijweg, ook snipperij genaamd, naar het oosten. De oorsprong van de naam is tot nu toe onduidelijk. Zo zou naam De Snipperij zoals hiervoor vermeld kunnen verwijzen naar de vogel snip en de snippenjacht maar er is binnen de familie Snip ook een theorie die zegt dat het gehucht genoemd is naar deze familie, die uit deze streek afkomstig is.

Informatie bij de Gemeente Grootegast brengt de oplossing ook niet dichterbij, men weet daar niet hoe de naam is ontstaan. Wel is duidelijk dat het gebied in 1830 reeds die naam droeg. Tijdens de volkstelling van 1830 woonden in 6 huizen op een rij Snippen.

Recent onderzoek van Paul Snip in de Groninger Archieven toont aan dat in het doopboek van Doezum de naam De Snipperij op 26 december 1805 bij de doop van Roelf, zoon van Derk Roels en Sijbrig Aries (Snip) al werd gebruikt en in de processtukken tegen ene Grietje Pieters Snip wordt de achternaam Snip voor haar, haar vader en twee ooms in april 1807 ook al toegepast, dus voor de verplichte naamaanneming van 1811. Of de achternaam Snip afstamt van De Snipperij, of dat de plaatsnaam Snipperij vernoemd is naar de familie Snip blijft onduidelijk.

Andries de Leeuw en Paul Snip