Is Grace Weidenaar Grietje Snip?

Is Grace Weidenaar dezelfde als Grietje Snip?

Op 19 juli 1883 wordt Grietje Snip geboren als het eerste kind van Willemke Wiegers Snip. Willemke is dan nog ongehuwd en woont in als huishoudster bij Jan Sybes Siebenga en zijn vrouw Pieterke de Kleine te Sebaldeburen. Wie de vader is van Grietje is onbekend. Is het misschien Jan de werkgever van Willemke? Willemke krijgt namelijk als ongehuwde huishoudster bij de familie Siebenga na Grietje nog 3 kinderen (Hendrikje (+1887),  Hendrikje en Wieger) en binnen het huwelijk tussen Jan en Pieterke worden gedurende deze tijd geen kinderen meer geboren. Laat Jan Pieterke links liggen? Maar dan, kort nadat Pieterke op 1 april 1890 ineens toch nog een kind krijgt, (die wel door Jan erkent wordt!)  scheiden zij. Deze dochter krijgt de namen Iemkje Elizabeth, namen die vreemd genoeg in de familie van Jan noch Pieterke voorkomen. Volgens verhalen binnen de familie Siebenga zou deze dochter een kind zijn van ene Jan Lameris. (beide voornamen komen in zijn familie wel voor)

Na de scheiding trouwt Jan met Willemke, maar bij dit huwelijk worden de kinderen van Willemke niet door Jan erkend en zijn blijven dus Snip heten. Is dit misschien een deel van een afspraak met Pieterke of is hij toch niet de vader? Samen krijgen Jan en Willemke nog 5 kinderen. (Auke, Houktje, Ide (+1907), Wiebe en Johannes) allen dus wel dragend de achternaam Siebenga.

In 1909 besluiten Grietje, Hendrikje en Wieger zelf, zij zijn dan meerderjarig, officieel de achternaam hun stiefvader aan te nemen. Dit wordt bij koninklijk besluit in augustus 1909 toegestaan. Zo wordt Grietje Snip wordt dus Grietje Siebenga. Kort daarna emigreert de gehele familie naar de USA. Grietjes zusje Hendrikje is ondertussen getrouwd (29 januari 1910) met Gaele Couperus. Zij  vertrekken eerder en komen aan op 17 februari 1910 aan op Ellis Island; Jan en Willemke met de andere kinderen op 15 maart 1910. (Rijndam)

De familie Siebenga gaat in Riley, Illinois wonen. Volgens de US census van 25 April 1910 is Grietje 24 jaar en zij wordt dan ook al Grace genoemd. Op 28 januari 1911 trouwt een Grietje Siebenga uit Morego, Illinois met Wiliam Weidenaar uit Belgrade, Montana. Grietje is op de de “Marriage Licence” 25 jaar en William 24 jaar.

Volgens de geboorte gegevens zou Grietje (Grace) echter al 28 jaar moeten zijn. Zijn zowel de leeftijd uit de census en de huwelijksacte verkeerd opgeschreven of is er meer aan de hand, is dit wel de juiste Grietje Siebenga? Dit lijkt mij toch het geval, Morengo ligt vlakbij Riley en het volgens mij kan het ook zijn, dat de wat oudere Grietje expres haar leeftijd lager heeft doorgegeven, ze was tenslotte veel ouder dan William.
Hoe hebben William en Grietje (Grace) elkaar dan ontmoet? William woonde volgens de US census op 2 april 1910 nog in Gallatin, Montana. Is hij op reis geweest, hebben zij elkaar in deze relatief korte tijd onderweg ergens ontmoet en zijn zij verliefd op elkaar geworden? We zullen het waarschijnlijk nooit weten.

Na hun huwelijk gaan William en Grace (Siebenga) Weidenaar in Montana, waar William vandaan kwam, wonen. Hun kinderen (geboren in Montana) worden zo te zien vernoemd, Minnie (* nov 1912, naar Grietjes moeder Willemke/Wilhelmina), Bertha (* okt 1912, naar Williams Moeder), John (* nov 1913, naar de vader van William), Hattie (* feb 1915, naar Grietjes zusje Hindrikje) en Lucy (* mrt 1917, naar een zus van William) Naar wie Lena Helmina (* mei 1918) is vernoemd is mij nog onduidelijk. Volgens de overlijdens acte van Minnesota is Lena trouwens in 1917 geboren, maar dit lijkt mij onjuist, te meer omdat op de “Draft registration card” van William (25 juni 1917) slechts 5 kinderen vermeld staan.

In de obituary bij het overlijden van Minnie staat o.a vermeld dat de de familie, als zij 6 jaar oud is, naar Parkersburg, Iowa verhuisd. Hier wordt ook Anna (dec 1919) geboren. Grietjes moeder Willemke en stiefvader Jan wonen in 1920 ook in deze staat en haar zusje Hindrikje (her)trouwd op 3 juni 1920 in: Parkersburg, Iowa met Jan Kuperus. Het lijkt er op dat Grietje en William dichter bij Grietjes familie wilden gaan wonen en ze kunnen dus makkelijk op Hindrikjes bruiloft aanwezig zijn geweest. In Iowa (Jefferson) wordt ook zoon Elkie (dec 1921) geboren.

In 1922 overlijdt Grietjes moeder Willemke. Hierna (in 1923, Minnie is dan 12) verhuisd de familie naar Minnesota. Hun dochter Grace wordt hier geboren (in Steele, okt 1923) en ook dochter Jennie Joann. (in Milica, feb 1926) Hindrikje is al eerder met haar familie naar Minnesota (Mille Lacs) verhuisd. Ook stiefvader Jan Siebenga woont ook in Mille Lacs, tot hij overlijdt in 1933.

Op 8 Feb 1957 krijgt William, hij woont dan in Princeton, op de Highway 169 bij  Milo (Mille Lacs), dichtbij de woonplaats (Pease) van Hindrikje, een auto ongeluk en hij komt hierbij om het leven.

Iets meer dan een jaar later, 30 Jun 1958, sterft Grietje (Grace) in het Princton Communitiy Hospital. Volgens het “Certificate of Death” is de achternaam van Grietjes moeder aan de familie niet bekend. Wel staat hierin haar juiste geboortedatum (19 juli 1883, ze was dus wel 4 jaar ouder dan William) en ook dat haar geboorteland Holland (dus Nederland) is.

Het is voor mij dan helemaal duidelijk: Grace Weidenaar is echt Grietje Snip en haar moeder was Willemke Wiegers (Wilhelmina) Snip

Paul Snip 14-02-2017

Dagboek aantekeningen van Martje Snip-Nienhuis

Dagboek van Martje Snip-Nienhuis

Zeereis Volendam 16 Maart 1951.

Over deze zeereis zal ik proberen enkele dingen op te schrijven omdat je anders zo gauw de bijzonderheden vergeet.Ik zal maar bij het begin beginnen.

Op de morgen 15 Maart, de dag die we al enige tijd in ons geheugen hadden, omdat het was de dag van onze inscheping naar Canada.

Hoe we er wel toe kwamen om te gaan emigreren? De eerste aanleiding was dunkt me wel, onze kening? in het jaar 1927. Ik was toen tenminste “eleven years old” Na de oorlog 40-’45 werd er in Warffum, de plaats waar we als bakker en bakkerin kwamen te wonen in het jaar ’42, een afdeling opgericht van de Chr. Emigratie Centrale. We gaven ons toen als lid op; voelden wel voor emigratie. Enkele jaren verliepen, maar in het jaar 1949 begonnen we eerst aan de zaak te werken, ook al doordat mijn zuster Hennie met haar gezin naar Amerika vertrok (6 Dec. 1949) en Jet en Foppe al naar Canada vertrokken waren.

In Warffum hebben we heel mooie herinneringen en hebben er ook 9 jaar ons brood gehad, maar toch voelden we ons bezwaard voor de toekomst. We weten het, onze Hemelse Vader had ons ook in  Warffum kunnen bewaren, maar na lang beraad en ook niet zonder deze zaak in ons gebed te denken, zijn we er toe overgegaan om naar onze familie te schrijven of ze voor ons een sponsor zouden kunnen vinden, die ons zou willen helpen over te komen.

Gelukkig waren Jet en Foppe bereid om hun best voor ons te doen, zodat we bericht van hen kregen dat een zekere A. Slothouber bereid was om voor ons de papieren aan te vragen nodig voor onze overkomst.
De heer Slothouber is in 1938 naar Canada geëmigreerd, heeft eerst bij een boer en op de fabriek gewerkt en heeft toen samen met een vriend een bakkerij gekocht.
Nu wij op weg zijn naar ons nieuwe vaderland, is het de bedoeling dat mijn man bij A. Slothouber in de bakkerij werkzaam zal zijn. Maar dat is nog toekomst, ik wil eerst vertellen hoe onze reis verloopt

15 Maart zijn we ‘s morgens om 5 uur opgestaan. We sliepen bij Paul en Mien en vertrokken om 7 uur met de diesel naar Rotterdam. Geert en Grietje arriveerden ook in Assen om 10 voor 7 uit Stadskanaal en Onne en Anna gingen mee voor de gezelligheid. Piet moest voor onderzoek naar Utrecht en kon dus ook zover meereizen. Tesamen met Jan en Nelly met gezin en Nelly haar broer, waren we een heel gezelschap. Na een voorspoedige reis kwamen we in Rotterdam aan. Eerst per tram naar de veerboot/ en toen naar het Holland Amerika loods, waar onze papieren gecontroleerd werden en wij van onze familie afscheid moesten nemen.

Nadat de formaliteiten vervuld waren konden we ons op de Volendam begeven. Een kruier bracht ons met onze koffers in onze hut. Alleen zouden we het ook dadelijk niet hebben kunnen vinden. Het is erg interessant om zo’n zee kasteel eens helemaal te bewonderen, maar daar hadden we eerst geen tijd voor want onze familie stond buiten tegenover het schip en hebben we een goed plaatsje gezocht om ze nog een tijdje te kunnen zien. Het was toen nog niet zo druk zodat we nog wel eens iets konden roepen. Lang hebben we hier eerst niet gestaan. De fam. is eerst een paar uur de stad in geweest en wij konden eten en koffie drinken zoveel we maar wilden. Na onze reis viel dit er lekker in en heb ik Onne en Gerard een poosje naar bed gebracht. Om drie uur wilde de familie weer present zijn, en was dit ook. Aan de wal vormde zich  een dichte haag van familie, vrienden en belangstellenden. Voor ons vertrek moesten we nog een oefening maken met de zwemvesten om ons en ons op onze plaats verzamelen van de sloep waar we bij hoorden. Inmiddels werd het al tegen 6 uur, maar nog kwamen er telkens nieuwe passagiers.

Eindelijk was het dan zover dat de loopplanken werden in gehaald en de stoomfluit drie stoten gaf, en haast zonder dat men het merkte, maakte de boot zich van de kade los. Nog een hele tijd konden we wuiven. Anna stond op een verhoging en Onne zagen we het langst. Tenminste zijn pet. Nog een poosje zwaaiden we gelijktijdig. Onne’s pet en mijn arm. De muziek begon het Wilhelmus te spelen. Buiten begon het nu ook te schemeren en binnen stond het eten voor ons klaar, wat ons weer heerlijk smaakte. Nu konden de kinderen gaan slapen wat trouwens niet zo gauw gelukte want door het hele schip was het een geloop en gedraaf van jewelste. De ouderen gingen nu veel een kijkje aan het dek nemen. Van allerlei lichtjes zag je. Ook veel andere schepen, die ten afscheid op hun stoomfluit bliezen. Even later kwam naast ons schip een boot die vooruit gevaren was met vrienden en bekenden. Iedereen zwaaide. Gelukkig hadden we prachtig weer.

Toen we Hoek van Holland gepasseerd waren was er weinig meer te zien en gingen we maar naar binnen en om half tien zochten we ons slaapplaatsen op. We maakten ook kennis met onze hut bewoners. Wat de hut betreft hebben we geboft. Het is vergeleken bij de andere hutten,tamelijk ruim en er staan tien bedden 5 x2 hoog. Mevr. Baukema en haar drie kinderen en een vriendin hebben de vijf andere bedden. Op de mannenzaal heeft de heer Baukema een bed vlak naast Klaas. Bij de heren is het nog veel minder gerieflijk dan bij ons en er slapen misschien wel 100 mannen op een zaal. Onfris en het schommelt er erger dan hier volgens Klaas. Er zijn ook wel zalen waar wel 100 moeders met kinderen slapen.

De eerste dag, vrijdag, waren er weinig zeezieken en ‘s avonds is er een dagsluiting om negen uur, onder leiding van Ds. De Vries, Ned. Herv. pred. van Holten(?). ‘s Avonds om tien uur is er samenkomst van Art 31 en ‘s morgens voor de R.K. ook is er nu gisteravond en vanavond om kwart over negen dansen, dus echt wat wils.

Zaterdagmorgen waren er heel wat zeezieken, hoewel de zee heel rustig is; volgens het kaartje met aantekeningen, licht golvend.

Nu ik dit schrijf is het zondagmorgen kwart voor tien en is het weer prachtig weer. Om tien uur is er “kerk” dus moet ik nu wel even ophouden. Gerard en ik zullen nu naar kerk gaan.

Zondagavond:
Gerard en ik zijn vanmorgen naar de kerk geweest. ‘t was een dienst van drie kwartier, maar het was een mooie boeiende toespraak. Ds. DeVries sprak over het woord van Jezus dat hij sprak tot z’n mede kruiselingen.”Heden zult gij met mij in het paradijs zijn” Alle drie keren dat we hem nu gehoord hebben haalt hij het aan dat we allen zoekers zijn van het verloren Paradijs, maar dat we zonder het geloof in Jezus Christus niets kunnen. Zonder Jezus zal, zo zei hij, de hemel een hel zijn. Een van de voorbeelden uit z’n toespraak was dit: In West Duitsland was een plaats gebombardeerd. Naderhand gingen de soldaten met de bevolking de zaak weer opruimen en ook een kerk. Toen ze daarmee bezig waren vonden ze ook bij de ingang een Christus beeld. Dit beeld gingen ze weer bij elkaar zoeken.en weer neerzetten, maar toen ze er bijna mee klaar waren ontbrak er nog iets en dat waren de handen van Jezus. Hoe ze ook zochten, ze werden niet gevonden en zo stond dan dat beeld daar zonder handen. En wat deden de soldaten ze maakten een bijschrift en plaatsten dat aan de voet van het beeld.Het luidde aldus: “Mijn handen zijn uw handen”. Zo moest het ook zijn. Wij willen straks in ons nieuwe vaderland de handen uit de mouwen steken,maar laat ons bedenken dat onze handen Zijn handen zijn. Gelukkig mogen we bij het vervullen van deze taak om kracht bidden uit de Hooge, in eigen kracht zullen we er niets van terecht brengen.

Verder is er nog weinig nieuws gebeurd. Tineke en Jan hadden gisteren last van spuw en kotsten iets, maar vandaag hebben ze wat op het dek rondgehold en hebben weer wat gegeten. Het weer laat zich niet zo best aanzien.
Tussen Vrijdag en Zaterdag nacht moet er ‘s nachts een schip op zeer  korte afstand achter de “Volendam” langs gevaren zijn zonder licht op. Naar men zegt op enkele meters. Toen de bemanning het schip ontdekte en drie stoten op de fluit gaf, deden ze ineens alle lichten aan. Dit had ook anders kunnen aflopen. Ook hierin hebben we Gods bewarende hand gezien.

Wat ons opviel op deze reis is dat het water, zolang we tussen het land voeren, zeegroen van kleur was, maar nu we op de Atlantisch zijn is het inkt blauw.

Dit is het einde van wat Moeder schreef. Andries Deleeuw, die veel werk heeft gedaan aan een “Snip” genealogy, wil een boek publiceren en heeft allang gevraagd naar dit schrijven. Al is het Moeders persoonlijk boekje, ik hoop dat jullie het  zullen waarderen. Het geeft ons een inzicht in hoe de Here heeft geleid in de grote stap om te emigreren.

Hartelijke groeten, Tena Evers-Snip, Wainfleet Ont. Canada.

De grafsteen van Lutske Snip

Op de grafsteen van Lutske Snip staat de volgende tekst: “overleden bij het redden van haar kind 9 augustus 1926.” Als zo iets dit leest vraag je je af, wat is er precies gebeurd die dag en wat is er geworden van haar kind(eren)? Vandaar mijn onderzoek naar dit familie drama.

Lutske, een dochter van Siete Snip en Antje van der Velde, is geboren 25 augustus 1893 te Sebaldeburen. Op 31 januari 1918 trouwt zij in Emmen met Popke van der Wei. In dit gezin worden 4 kinderen geboren.
Johannes (Jo) op 15 juni 1918, Siete op 15 september 1920, Antje op 28 juni 1923 en op 5 juni 1925 komt Gezina (Sientje) als jongste dochter binnen het gezin. Op 25 juni 1922 is er ook nog een dood kindje geboren.

En dan wordt het 9 augustus 1926, een zwarte dag. Het gezin van der Wei woont aan de Vledders bij Nieuw Weerdinge. Een van meisjes: Antje, 3 jaar oud, raakt te water in het kanaal. Moeder Lutske springt haar achterna. Antje wordt uit het water gehaald door passanten en overleeft het voorval. Maar Lutske wordt een tijdje niet meer opgemerkt, alle ogen zijn blijkbaar gericht op de geredde Antje, en zij verdrinkt. Een trieste bijkomstigheid is dat Lutske tijdens dit ongeval in verwachting was. Haar man Popke van der Wei was toentertijd werkzaam in Hengelo en dus niet aanwezig ten tijde van het ongeval.

Vader Popke blijft alleen achter met 4 kleine kinderen. De beide jongens, Johannes en Siete kunnen blijkbaar bij hun vader in blijven, maar er moet een oplossing gevonden worden voor de beide kleine meisjes, Gezina is nog maar 1 jaar oud is en Antje pas 3. De oplossing is dat Gezina wordt ondergebracht in het gezin van haar tante Janke en diens man Roelf Bouwes en Antje verder wordt opgevoed door tante Lamke en haar man Lute Hoogenberg. Gerrit Akker, getrouwd met Lutske’s jongste zusje Feikje, wordt benoemd tot toeziend voogd over de kinderen. Gezina wordt liefdevol opgevangen, zoals zij aan haar kinderen zal vertellen maar Antje voelt zich in het gezin Hoogenberg echter achtergesteld bij haar “pleeg”broer Egbert.

Gezina weet lange tijd niet dat Roelf en Janke niet haar echte ouders zijn, maar als zij voor het eerst naar de lagere school gaat hoort zij ineens de naam Gezina van der Wei in plaats van Gezina Bouwes. Thuis gekomen krijgt zij dan het hele verhaal over haar echte ouders te horen.

Het gezin Bouwes met onder in het midden Gezina

Popke van der Wei verhuisd met zijn beide zonen naar Hengelo waar ook zijn ouders wonen en hertrouwd op 1 september 1933 met Janna Meijer (* 10-09-1904). Hij overlijdt in 1968. Er blijft goed contact tussen de familie leden. Als Gezina in 1947 wil touwen met Albert Dennebos, moet zij daarvoor ook toestemming hebben van haar vader Popke van der Wei en dus wordt de reis naar het verre Hengelo ondernomen. Ook Antje trouwt in 1947, waarschijnlijk te Groningen, met P. Slomp. Johannes, de oudste zoon, trouwt met Marie Borchert en overlijdt 28 april 1996 in Doetinchem; van Siete is mij helaas verder niets bekend. Gezina ten slotte overlijdt op 12 maart 2010, 14 jaar na haar man Albert.

Paul Snip 09-12-2015

Wie was Phyllis Snip?

Wie was Phyllis Snip? 

Op mijn onderzoek naar familieleden in de USA werd mijn aandacht getrokken door een USA census 1930, waar de volgende informatie stond.

– John Snip, Head, 36 jaar, Holland
– Fredericka Snip, Wife, 24 jaar, Holland
– Phyllis Snip Daughter, 6 jaar, Portland

Was deze familie in te passen in de onze stamboom? Er was natuurlijk een death certificate van Fredericka G Elbert uit 1931 gehuwd met Heere Snip geboren 7 september 1892. Deze zouden dezelfde kunnen zijn. Een dochter van Heere, Frederika Johanna Snip bleek, volgens een overlijdens advertentie en een grafsteen in Nederland, op dezelfde dag (2 mei 1931) en in dezelfde plaats (Vancouver) geboren te zijn. Maar waar was Phyllis Snip dan gebleven? Na enige tijd intensief zoeken ben ik via Mundia in contact gekomen met een dochter van Phyllis, Wendy Cloyd Thorpe genaamd, en door haar werd mij een familie tragedie duidelijk.

Jannes (Joseph/Joe) Elbert (1867-1959) is op 9 mei 1907 met het schip “Rotterdam” in de USA aangekomen en heeft zijn vrouw, Berendina Catharina Bruggink (1882-1966) samen met hun twee kinderen, Berendina Elbert (1903-1985) en Frederika Johanna Elbert (1905-1931) na laten komen op 11 december 1907 met het schip “Rijndam”.

Als Frederika Johanna ouder is leert zij Einar Martinsen kennen en wordt zwanger van hem. Op 13 november 1923 bevalt ze van een dochter, die ze Phyllis Wilhelmina noemt. (Wilhelmina is de naam van de moeder van Einar) Ze is waarschijnlijk met hem getrouwd geweest omdat haar dochter Phyllis later Martinsen heet, maar is voor 12 mei 1923 gescheiden. Dan trouwt ze n.l. met Alfons van Pamelen, van wie ze echter al weer scheidt op 18 januari 1824.

Frederika trouwt  op 16 augustus 1924 in Multhomah (Oregon) met Heere Snip (hij noemt zich inderdaad ook wel John) en zij voeden samen Phyllis (Snip) op, die dan nog geen jaar oud is. In 1930 wordt Frederika opnieuw zwanger. Om te bevallen gaat ze naar ziekenhuis. Wendy mailde mij dat haar moeder Phyllis vertelde dat zij nog goed herinnerde, dat haar moeder zwanger naar het ziekenhuis ging en daar tijdens de bevalling van haar dochter Frederika Johanna overleed. Zij ziet zich nog als meisje van 8 in de kamer met haar moeders doodskist omgeven met witte lelies.

Omdat Heere is de USA geen werk kon vinden (vanwege de Depressie) wilde hij terug naar Nederland, samen met zijn dochter Frederika Johanna en zijn stiefdochter Phyllis, die hij mede had opgevoed en op wie hij dol was. Hij kon van een zus geld krijgen voor de terugtocht. De grootouders van Phyllis, Jannes en Berendina wilden hier echter geen toestemming voor geven. Zij zagen in Phyllis een beetje van hun lievelingsdochter Frederika Johanna.

Heere heeft nog bijna twee jaar geprobeerd ze over te halen, maar is toen samen met zijn dochter Frederika teruggekeerd naar Nederland. Phyllis is opgevoed door haar grootouders. Frederika wist niet van het bestaan van haar halfzus af tot zij een jaar of 20 was.

Heere hertrouwde in Nederland met Jacobina de Boer en overleed al in 1940.

Phyllis overleed 10 april 2014 in Salem, Oregon. Volgens haar obituary is zij inderdaad voornamelijk opgevoed door haar grootouders, maar woonde gedurende haar middelbare school tijd bij haar tante Berendina Elbert Verhagen en trouwde in 1945 met James Cloyd.

Paul Snip

Turf Transporteren

Op 8 januari 2012 ontving ik deze prachtige foto van een vrachtauto vol met turf van Jane Cathy Snip (*19-10-1973) wonend in Canada. Mij was onbekend wie de personen op deze foto waren, maar na enige inspanningen ontdekte ik dat het hier moet gaan om Popke,  de oudste zoon van Klaas Snip en Janke van der Velde. Deze Popke blijkt dus niet alleen schipper geweest te zijn, maar heeft ook, samen met zijn zoon/zonen, een transportonderneming gehad. Zij transporteerden ook turf over de weg. De plaats van vestiging was volgens de opschrift op de auto: Stadskanaal. Waarschijnlijk staat deze Popke rechts op de foto en zijn zoon Frebus links.


Achtergrond informatie

Klaas Snip (* 07-11-1848 in Tolbert), de vader van boven genoemde Popke,  komt uit een gezin van 5 kinderen. Klaas heeft 3 broers en 1 zus. Hun ouders waren Jan Snip en Janke Klazens Westerhof. Een eerder geboren eeste zoon, ook Klaas geheten, sterft al op zeer jeugdige leftijd,

Alle zonen waren arbeider van beroep, net als vader Jan. Zonen Jannes en Siete blijven gedurende de rest van hun leven in Tolbert en omstreken wonen, maar Klaas, ook eerst arbeider dus, gaat een aantal jaren na zijn huwelijk, in 1878 te Leek met Janke van der Velde, het avontuur opzoeken en verlaat Tolbert.

Op 4 december 1880 huurt Klaas een overdekt onbewegerd roefschuitje genaamd “Jonge Geertje”, groot 17 ton van Andries Lykeles Hoekstra, scheepstimmerman te Harkema Opeinde. En zo wordt Klaas binnenschipper.

Het gezin krijgt 8 zonen, waarvan er 1 zeer jong is overleden. De overigen, behalve Jannes, die al in 1917 overlijdt aan de Spaanse Griep en die slechts schippersknecht wordt, oefenden het beroep van (binnen)schipper uit. Hun basis wordt Oost Groningen en zij komen terecht in plaatsen zoals Hoogezand en Stadskanaal.

De kinderen van Klaas en Janke zijn:

Popke * 25-12-1878 in Tolbert
IJpe * 24-05-1880 in Tolbert
Jan * 22-08-1882 in Tolbert + 10-03-1884 in Leeuwarden
Jan * 07-03-1885 in Leeuwarden
Jannes * 19-12-1887 in Martenshoek (Hoogezand)
Siete * 03-04-1890 in Hoogkerk
Klaas * 18-12-1895 in Hoogezand
Taeke * 27-05-1896 in Sappemeer

In het jaar 1892 gaat het niet goed met Klaas en zijn familie. Zijn schip is lek, er zijn geen inkomsten meer en ook heeft hij een schuld van f 120,00

 

 

 

 

 

 

 

Mede dankzij bovenstaande artikelen in het Nieuwsblad van het Noorden kan zo te zien een nieuwe start worden gemaakt. Hij kan blijkbaar een schip kopen want in 1933, na zijn overlijden, wordt zijn schip: Goede Verwachting verkocht. Alle kinderen, dus ook de oudste zoon Popke, gaan met meer of minder succes, ook vaak als schipper, werken in de binnenscheepvaart.

 

 

 

 

 

 

Andries de Leeuw en Paul Snip

Familie Perikelen

Dat is soms vreemd kan lopen binnen onze grote SNIPPEN familie was mij al bekend, doch onlangs kreeg ik een berichtje van Marleen Engel, die haar naam eer aan doet en ik hartelijk wil danken voor haar informatiestroom, foto-bijdrage en het volgende verhaaltje :

Haar echtgenoot werd zwager van ene heer X, omdat deze heer X huwde met zijn zuster. Helaas, en dat komt in de beste families voor, werd het huwelijk ontbonden. Onze Marleen komt uit een gezin van twee kinderen en heeft een zus Mieke.

Laat het nu zo zijn dat genoemde Mieke haar oog heeft laten vallen op de gescheiden heer X en met hem in het huwelijk treedt. Marleen’s man T………… wordt dus zwager van, zwager af en zwager van deze heer X.

Andries de Leeuw

Jeugdige Crimineel

Grietje Pieters Snip:  *12-06-1788   +24-09-1837


Op 9 April 1807 wordt Grietje Pieters Snip gearresteerd voor diefstal uit het huis van Johannes Tonnis en zijn vrouw Jeltje Martens, woonachtig op het Oosterzand onder Oldekerk.

Volgens de gedupeerden zijn gestolen:  Een geel gestreepte vrouwenrok, een blauw gestipte vrouwen bloes, een rode doek, een nieuw vlassen Laken, twee gouden haken, een zilveren melk lepeltje en vier metworsten. De dader zou binnen gekomen zijn door inbraak via een gevel glas. Getuigen verklaren Grietje in de omgeving gezien te hebben in bezit van een pakje.

Bij haar verhoor verklaart Grietje onschuldig te zijn. Het pakje wat zij bij zich had, bevatte kleren van haar zelf. Zij had kort daar voor ontslag genomen als meid bij Hindrik Meijers en zijn vrouw en had haar eigen kleren toen mee genomen.

Ook wordt Elske Karsten, de weduwe van Jan Jacobs Koenes, woonachtig in de Holm onder Tolbert gearresteerd, wegens medeplichtigheid en heling.

Tijdens het proces van de plaatselijke gerechten in het Westerkwartier (Procesnummer 624 Groninger Archieven) worden eerst de gedupeerden ondervraagd en daarna diverse getuigen. Dezen verklaren o.a. dat zij op de dag, voor de tijd van de diefstal, Grietje wel gezien hebben, maar dat, voor zover zij weten, Grietje dan geen pakje bij zich had.

Grietje blijft de diefstal eerst ontkennen, maar als zij samen met Elske Karsten moet getuigen, die beweert gewoon wat kleren van Grietje hebben gekocht zonder te weten, dat deze gestolen waren, verklaart zij dat Elske wel degelijk op de hoogte was.

De straf voor Grietje is pittig. Zij wordt veroordeeld tot “te worden gegeseld met roeden” en zes jaren tuchthuis. Daarnaast wordt ze voor zes jaar verbannen “buiten Stad en Lande Groningen”

Ook in het tuchthuis gaat het niet goed met Grietje.

In de Groninger Archieven worden ook stukken gevonden van de Hoge Justitiekamer (1444-1811) nummer 2118 betreffende Grietje Snip en Grietje Wessels wegens baldadigheid in het tuchthuis. De gevolgen hiervan zijn mij nu nog onbekend.

Opvallend in deze archieven is dat hier al (1807 resp. 1808) de naam Snip genoemd wordt, niet allen bij Grietje, maar ook bij haar vader Pieter Popkes Snip en haar ooms, Wieger Popkes Snip en Cornelis Popkes Snip.

Grietje was in verdere archieven moeilijk te vinden. Wel blijkt uit een memorie van successie (overlijden van haar oom Berend Hendriks Schuurmans) uit 1827 dat zij dan in Donderen (Dr) woont. (dus buiten de provincie Groningen)

In het overlijdensregister van Vries is kortgeleden (30 oktober 2015) het overlijden van Grietje gevonden. Zij blijkt op 24 september 1837 in het huis van bewaring in Zwartsluis (Ov) te zijn overleden. Zij staat daar genoteerd als Grietje Peters Snippe, geboren te Leek (Gr)

Paul Snip

Herinneringen aan Hoogkerk

Herinneringen aan Hoogkerk
Geschreven door G.J. Snip, geboren 17-12-1932 te Hoogkerk.

Onderstaand volgt een beschrijving van een stukje van het leven van zijn grootouders Geert Jacobs Snip, geboren op 20-10-1870 te Enumatil en gehuwd met Froukje Boerema, geboren 12-06-1870 te Sebaldeburen, en verder de jonge levensjaren in Hoogkerk van de schrijver dezes.


Opa Snip

Mijn opa Geert werd reeds op 11 jarige leeftijd “de boer op” gestuurd door zijn vader Jacob die weduwnaar was en achterbleef met zijn kinderen Geert en Joukje die later met Willem Jongsma is getrouwd. Opa Geert heeft zich weten te bekwamen in de verzorging van paarden op de boerderij en later in de stalhouderij (doorrit). Hij reed o.m. visites met de dokter in de omgeving van Buitenpost.
In de avonduren liep hij school bij de hoofdmeester en heeft na twee jaar nog met sucses het diploma voor komies gehaald. Dit laatste en zijn jarenlange ervaring met paarden leverde hem de mooie baan van koetsier en huisknecht bij de Fraeylemaborg te Slochteren op, waar hij werkte vanaf ca. 1898 tot 1918.

Op 27 april 1918 verhuisde het gezin echter naar Adorp ten noorden van Groningen om in 1921 te verhuizen naar Hoogkerk.

Mijn opa werd de nieuwe koster van de Nederlands Hervormde kerk en zou een paar jaar later conciërge van het gemeentehuis worden onder de toenmalige burgemeester G. van Barneveld. Een kosters- of conciërgewoning was op dat moment niet beschikbaar. Opa en oma kregen als tijdelijk onderkomen het afgesloten koorgedeelte aan de achterzijde van de kerk. Meester Polée woonde toen nog in het oude schoolhuis links van de ingang naar de kerk.Na afbraak van dat huisje werd daar een winkelpand gebouwd (fam.Roorda).Mijn grootouders konden in die periode het woonhuis in het linker gedeelte van het gemeentehuis betrekken.Je had daar een mooi uitzicht op het Hoendiep met zijn oude draaibrug en de nog aanwezige Elmersmaborg.

Ik bewaar goede herinneringen aan de tijd die ik regelmatig bij opa en oma doorbracht. Het eerste zelfstandige bezoek was toen ik een jaar of drie was (dit is mij later verteld). Ik was ontsnapt uit ons huis annex tabakswinkel op de Zuiderweg 58 en ging op weg naar opa en oma. Gelukkig zag de heer Roorda mij over de draaibrug scharrelen en haalde mij op en leverde mij af op de plaats van bestemming. Het water was in die tijd gevaarlijker dan het verkeer.

Mij opa noemde ik ‘Opa Bin Bam’ vanwege de welluidende klok van de Nederlands Hervormde kerk, die hij bij begrafenissen en kerkdiensten op zondag moest luiden. Soms hing hij mij in de uitzwaaiende klokkentouwen; ik ging dan op en neer als een jojo. Er was een fraai plantsoen achter de kerk, waar toen nog geen verenigingsgebouw stond, dit was voor mij de favoriete speelplaats. Er liepen kippen vrij rond en opa reed rondjes met mij in zijn kruiwagen. Het loon van een koster en conciërge was weliswaar een zekerheid, vooral in de crisisjaren, maar geen vetpot.Vandaar dat opa in die tijd een aantal bijbaantjes had : voorganger van de begrafenisvereniging, hooibroeicontroleur, onderhoud van grafzerken en tuinen. De man was altijd bezig. Ook was hij een geboren verteller zoals vele opa’s en oma’s van de generatie uit de negentiende eeuw toen er nog geen moderne communicatiemiddelen waren. Daarom zijn er gelukkig vele herinneringen bewaard gebleven.


Herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog

Van de Tweede Wereldoorlog die in de vroege morgen van 10 mei 1940 ook in Nederland werkelijkheid werd, herinner ik mij nog het een en ander. Aan de Zuiderweg een aantal door het Nederlandse leger gevorderde vrachtauto’s, die Nederlandse soldaten richting Afsluitdijk moesten vervoeren. De grote boom voor ons huis werd toen behoorlijk beschadigd en dat was jaren later nog te zien. De colonne had nauwelijks de provincie Friesland bereikt toen het Duitse leger Groningen al naderde en spoedig daarna Hoogkerk binnenreed met veel modern oorlogsmateriaal maar ook met veel paarden.De hoge brug over het Aduarderdiep (ter plekke van de huidige Tichelwerkbrug) werd opgeblazen, met gedeeltelijk succes. Het gaf een enorme dreun. Het belemmerde de Duitse opmars echter niet.

Voor ons als schooljeugd was dit alles nog spannend. Dat werd een paar jaar later wel anders toen wij vrij regelmatig ,s nachts door onze ouders uit bed werden gehaald vanwege de overtrekkende bommenwerpers op weg naar Duitsland. Op deze bommenwerpers werd intensief door de vele Duitse afweerkanonnen rond Groningen geschoten.

Ook de jeugd kreeg door dat de Duitsers geen vrienden waren. Ik had eerst een vriendje in de buurt die lid was van de Hitlerjugend en één keer per week met zijn moeder naar Groningen ging voor een bijeenkomst van deze club. Ik kreeg op een keer slaande ruzie met hem omdat hij steeds de Duitsers de hemel in prees en ik dat toen ook deed, maar dan in tegengestelde richting was onze vriendschap dan ook meteen afgelopen.

Met dank aan Geert.

Nieuw Roden (voorheen Roderveld)

Tot ver in de 20e eeuw was er nog veel armoede rond Roden. Op het Roderveld en omgeving woonden de gezinnen meestal in plaggenhutten, ook kwam het voor dat men in een sloot onderdak vond, afgedekt met takkenbossen en dergelijke. De armoede was goed zichtbaar aan de mensen en hun woningen. Het heideveld liep vroeger van Roden tot aan Veenhuizen toe en dat werd geleidelijk aan ontgonnen. De wijken werden gegraven voor de afvoer van de turf uit het veen en gingen naar het Hoofddiep. En zo langzamerhand ontstond het dorp Nieuw-Roden. In 1932 verdween de laatste plaggenhut, en was het Roderveld Nieuw-Roden geworden. De wijken Poolswijk, Bisschopswijk, Kortewijk en Langewijk, herinneren nog aan de veenperiode.

Mensen die het wat beter afging in deze streek hadden meestal ook een betere woning die van steen was opgetrokken en gedekt was met dakpannen of riet. De woningen waren over het algemeen te klein voor de grote huishoudens. Gezinnen met tien kinderen was heel normaal, zelfs met achttien kinderen kwam voor. En men woonde wel in zo’n kleine woning, maar het was goed wonen. (Bron: Een kijk op Roden).

Er was hier vroeger veel verkeer te water. Door de Jonkersvaart voeren geregeld beurtschippers op Groningen. Dat waren Praamstra van Marum, Haarsma van De Wilp, Jagersma van Ureterp en Van der Wal van Haulerwijk. Laatstgenoemde voer met een snik. Verder gingen van Zevenhuizen tweemaal per week de stoomboten van Reijntjes en Van der Ploeg. Van der Ploeg gaf het gauw op en toen kwam Snip, naar ik meen met zijn boot ‘’De Pelikaan”. Op een zekeren dag zat er al mooi dik ijs in het Hoofddiep en de ‘Peli’ werd op stoom gezet en brak het ijs. Maar de volgende morgen was de bel van de boot verdwenen en bij Snip (die woonde in een oude boerderij, waar later dokter Bakker woonde) waren ’s nachts alle ruiten ingegooid. De daders werden niet gevonden… (bron: Jacob Hut) (De hierin genoemde Snip = Jan Snip gehuwd met Trientje Blaauwiekel)

Uit familiebronnen heb ik vernomen dat zoon Popke Snip (gehuwd met Jeltje Veen) eerst nog in een keet woonde en zelf de heide voor een stukje bouwgrond heeft ontgonnen. Later betrok hij een klein huisje van steen.

Yolanda Snip-Steneker