Dagboek aantekeningen van Martje Snip-Nienhuis

Dagboek van Martje Snip-Nienhuis

Zeereis Volendam 16 Maart 1951.

Over deze zeereis zal ik proberen enkele dingen op te schrijven omdat je anders zo gauw de bijzonderheden vergeet.Ik zal maar bij het begin beginnen.

Op de morgen 15 Maart, de dag die we al enige tijd in ons geheugen hadden, omdat het was de dag van onze inscheping naar Canada.

Hoe we er wel toe kwamen om te gaan emigreren? De eerste aanleiding was dunkt me wel, onze kening? in het jaar 1927. Ik was toen tenminste “eleven years old” Na de oorlog 40-’45 werd er in Warffum, de plaats waar we als bakker en bakkerin kwamen te wonen in het jaar ’42, een afdeling opgericht van de Chr. Emigratie Centrale. We gaven ons toen als lid op; voelden wel voor emigratie. Enkele jaren verliepen, maar in het jaar 1949 begonnen we eerst aan de zaak te werken, ook al doordat mijn zuster Hennie met haar gezin naar Amerika vertrok (6 Dec. 1949) en Jet en Foppe al naar Canada vertrokken waren.

In Warffum hebben we heel mooie herinneringen en hebben er ook 9 jaar ons brood gehad, maar toch voelden we ons bezwaard voor de toekomst. We weten het, onze Hemelse Vader had ons ook in  Warffum kunnen bewaren, maar na lang beraad en ook niet zonder deze zaak in ons gebed te denken, zijn we er toe overgegaan om naar onze familie te schrijven of ze voor ons een sponsor zouden kunnen vinden, die ons zou willen helpen over te komen.

Gelukkig waren Jet en Foppe bereid om hun best voor ons te doen, zodat we bericht van hen kregen dat een zekere A. Slothouber bereid was om voor ons de papieren aan te vragen nodig voor onze overkomst.
De heer Slothouber is in 1938 naar Canada geëmigreerd, heeft eerst bij een boer en op de fabriek gewerkt en heeft toen samen met een vriend een bakkerij gekocht.
Nu wij op weg zijn naar ons nieuwe vaderland, is het de bedoeling dat mijn man bij A. Slothouber in de bakkerij werkzaam zal zijn. Maar dat is nog toekomst, ik wil eerst vertellen hoe onze reis verloopt

15 Maart zijn we ‘s morgens om 5 uur opgestaan. We sliepen bij Paul en Mien en vertrokken om 7 uur met de diesel naar Rotterdam. Geert en Grietje arriveerden ook in Assen om 10 voor 7 uit Stadskanaal en Onne en Anna gingen mee voor de gezelligheid. Piet moest voor onderzoek naar Utrecht en kon dus ook zover meereizen. Tesamen met Jan en Nelly met gezin en Nelly haar broer, waren we een heel gezelschap. Na een voorspoedige reis kwamen we in Rotterdam aan. Eerst per tram naar de veerboot/ en toen naar het Holland Amerika loods, waar onze papieren gecontroleerd werden en wij van onze familie afscheid moesten nemen.

Nadat de formaliteiten vervuld waren konden we ons op de Volendam begeven. Een kruier bracht ons met onze koffers in onze hut. Alleen zouden we het ook dadelijk niet hebben kunnen vinden. Het is erg interessant om zo’n zee kasteel eens helemaal te bewonderen, maar daar hadden we eerst geen tijd voor want onze familie stond buiten tegenover het schip en hebben we een goed plaatsje gezocht om ze nog een tijdje te kunnen zien. Het was toen nog niet zo druk zodat we nog wel eens iets konden roepen. Lang hebben we hier eerst niet gestaan. De fam. is eerst een paar uur de stad in geweest en wij konden eten en koffie drinken zoveel we maar wilden. Na onze reis viel dit er lekker in en heb ik Onne en Gerard een poosje naar bed gebracht. Om drie uur wilde de familie weer present zijn, en was dit ook. Aan de wal vormde zich  een dichte haag van familie, vrienden en belangstellenden. Voor ons vertrek moesten we nog een oefening maken met de zwemvesten om ons en ons op onze plaats verzamelen van de sloep waar we bij hoorden. Inmiddels werd het al tegen 6 uur, maar nog kwamen er telkens nieuwe passagiers.

Eindelijk was het dan zover dat de loopplanken werden in gehaald en de stoomfluit drie stoten gaf, en haast zonder dat men het merkte, maakte de boot zich van de kade los. Nog een hele tijd konden we wuiven. Anna stond op een verhoging en Onne zagen we het langst. Tenminste zijn pet. Nog een poosje zwaaiden we gelijktijdig. Onne’s pet en mijn arm. De muziek begon het Wilhelmus te spelen. Buiten begon het nu ook te schemeren en binnen stond het eten voor ons klaar, wat ons weer heerlijk smaakte. Nu konden de kinderen gaan slapen wat trouwens niet zo gauw gelukte want door het hele schip was het een geloop en gedraaf van jewelste. De ouderen gingen nu veel een kijkje aan het dek nemen. Van allerlei lichtjes zag je. Ook veel andere schepen, die ten afscheid op hun stoomfluit bliezen. Even later kwam naast ons schip een boot die vooruit gevaren was met vrienden en bekenden. Iedereen zwaaide. Gelukkig hadden we prachtig weer.

Toen we Hoek van Holland gepasseerd waren was er weinig meer te zien en gingen we maar naar binnen en om half tien zochten we ons slaapplaatsen op. We maakten ook kennis met onze hut bewoners. Wat de hut betreft hebben we geboft. Het is vergeleken bij de andere hutten,tamelijk ruim en er staan tien bedden 5 x2 hoog. Mevr. Baukema en haar drie kinderen en een vriendin hebben de vijf andere bedden. Op de mannenzaal heeft de heer Baukema een bed vlak naast Klaas. Bij de heren is het nog veel minder gerieflijk dan bij ons en er slapen misschien wel 100 mannen op een zaal. Onfris en het schommelt er erger dan hier volgens Klaas. Er zijn ook wel zalen waar wel 100 moeders met kinderen slapen.

De eerste dag, vrijdag, waren er weinig zeezieken en ‘s avonds is er een dagsluiting om negen uur, onder leiding van Ds. De Vries, Ned. Herv. pred. van Holten(?). ‘s Avonds om tien uur is er samenkomst van Art 31 en ‘s morgens voor de R.K. ook is er nu gisteravond en vanavond om kwart over negen dansen, dus echt wat wils.

Zaterdagmorgen waren er heel wat zeezieken, hoewel de zee heel rustig is; volgens het kaartje met aantekeningen, licht golvend.

Nu ik dit schrijf is het zondagmorgen kwart voor tien en is het weer prachtig weer. Om tien uur is er “kerk” dus moet ik nu wel even ophouden. Gerard en ik zullen nu naar kerk gaan.

Zondagavond:
Gerard en ik zijn vanmorgen naar de kerk geweest. ‘t was een dienst van drie kwartier, maar het was een mooie boeiende toespraak. Ds. DeVries sprak over het woord van Jezus dat hij sprak tot z’n mede kruiselingen.”Heden zult gij met mij in het paradijs zijn” Alle drie keren dat we hem nu gehoord hebben haalt hij het aan dat we allen zoekers zijn van het verloren Paradijs, maar dat we zonder het geloof in Jezus Christus niets kunnen. Zonder Jezus zal, zo zei hij, de hemel een hel zijn. Een van de voorbeelden uit z’n toespraak was dit: In West Duitsland was een plaats gebombardeerd. Naderhand gingen de soldaten met de bevolking de zaak weer opruimen en ook een kerk. Toen ze daarmee bezig waren vonden ze ook bij de ingang een Christus beeld. Dit beeld gingen ze weer bij elkaar zoeken.en weer neerzetten, maar toen ze er bijna mee klaar waren ontbrak er nog iets en dat waren de handen van Jezus. Hoe ze ook zochten, ze werden niet gevonden en zo stond dan dat beeld daar zonder handen. En wat deden de soldaten ze maakten een bijschrift en plaatsten dat aan de voet van het beeld.Het luidde aldus: “Mijn handen zijn uw handen”. Zo moest het ook zijn. Wij willen straks in ons nieuwe vaderland de handen uit de mouwen steken,maar laat ons bedenken dat onze handen Zijn handen zijn. Gelukkig mogen we bij het vervullen van deze taak om kracht bidden uit de Hooge, in eigen kracht zullen we er niets van terecht brengen.

Verder is er nog weinig nieuws gebeurd. Tineke en Jan hadden gisteren last van spuw en kotsten iets, maar vandaag hebben ze wat op het dek rondgehold en hebben weer wat gegeten. Het weer laat zich niet zo best aanzien.
Tussen Vrijdag en Zaterdag nacht moet er ‘s nachts een schip op zeer  korte afstand achter de “Volendam” langs gevaren zijn zonder licht op. Naar men zegt op enkele meters. Toen de bemanning het schip ontdekte en drie stoten op de fluit gaf, deden ze ineens alle lichten aan. Dit had ook anders kunnen aflopen. Ook hierin hebben we Gods bewarende hand gezien.

Wat ons opviel op deze reis is dat het water, zolang we tussen het land voeren, zeegroen van kleur was, maar nu we op de Atlantisch zijn is het inkt blauw.

Dit is het einde van wat Moeder schreef. Andries Deleeuw, die veel werk heeft gedaan aan een “Snip” genealogy, wil een boek publiceren en heeft allang gevraagd naar dit schrijven. Al is het Moeders persoonlijk boekje, ik hoop dat jullie het  zullen waarderen. Het geeft ons een inzicht in hoe de Here heeft geleid in de grote stap om te emigreren.

Hartelijke groeten, Tena Evers-Snip, Wainfleet Ont. Canada.

Leave your comment